1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11

Hoe wij omgaan met vrijeschoolonderwijs

Periodeonderwijs
Hoeksteen van onze onderwijsvisie is het periodeonderwijs. Periodeonderwijs wil zeggen dat de leerlingen zich gedurende een periode van meestal ongeveer vier weken, intensief, dat wil zeggen dagelijks ruim een uur, met één onderwerp bezig houden. Dat kan rekenen of taal zijn, maar ook muziek, toneel of heemkunde (kennis van de wereld om ons heen).
De achtergrond hiervoor is tweeledig: wij geloven dat het het leren niet ten goede komt als je te vaak op een dag moet wisselen van vak. Er gaat altijd wat tijd, aandacht en concentratie verloren bij wisselingen van lessen, en bij veel wisselingen lekt er dus veel effectieve onderwijstijd weg.
Voor de tweede gedachte is het slaap- waakritme van de mens een mooie analogie. Zoals de mens slaap nodig heeft om bij te komen van de dag en alle indrukken te verwerken (je droomt vaak intensiever na een intensieve dag!), zo heeft de mens in zijn leerproces ook verwerkingstijd nodig: tijd waarin je even niet intensief met een onderwerp bezig bent, en dit onderwerp op een onbewust niveau ‘verteerd’ kan worden, zodat je er daarna weer fris tegenaan kunt kijken.
 
Creatieve vakken
De vrijeschool staat bekend om haar aandacht voor de creatieve vakken. Er wordt veel getekend, geschilderd, toneel gespeeld en gezongen. Het is een misvatting om te denken dat dit ten koste gaat van de aandacht voor de ‘kernvakken’ want zoals hierboven al vermeld, wordt dit creatieve aspect niet zozeer als apart vakkenpakket aangeboden, maar wordt het eerder overal in geïntegreerd. Zijn kinderen die een telliedje zingen, nu bezig met rekenen of met muziek? Wie de vraag stelt, merkt direct dat de vraag eigenlijk niet ter zake doet.
 
Rondje?
Traditioneel gaat de klassenleerkracht op vrijescholen mee met zijn klas. Een leerkracht begint in de eerste klas en geeft zes jaar lang les aan dezelfde groep kinderen. Leerlingen en leraar bouwen daardoor een bijzonder hechte band met elkaar op. Nadat de zesde klas van school is gegaan, begint de leraar weer aan een nieuw ‘rondje’ met een nieuwe eerste klas.
Hoewel het systeem zeker zijn charme heeft, passen wij het op onze school niet meer toe, omdat in de huidige maatschappij leraren zelden meer voltijds werken, omdat ze ook zelden meer tientallen jaren achtereen aan dezelfde school blijven, en simpelweg omdat we combinatieklassen hebben. Bovendien vraagt de huidige leerstof per klas om een zekere specialisatie, waardoor het wenselijk kan zijn dat een leerkracht een paar jaar achter elkaar aan hetzelfde leerjaar lesgeeft.